In Breinvoorkeuren, Leiding geven, Leren

Deze week mocht ik weer een keer met een team en Breinvoorkeuren aan de slag. Alle teamleden hadden vooraf een NBI-vragenlijst ingevuld en hun persoonlijke breinprofiel ontvangen. Iedereen kijkt vanuit zijn eigen behoeften en voorkeuren op een andere manier naar de werkelijkheid en interpreteert en handelt vanuit die kijk. Doel van het teamtraject is om je bewuster te worden van je eigen voorkeuren, je persoonlijke bril. Om vandaaruit anderen, met andere voorkeuren, beter te begrijpen. Het kan je bijvoorbeeld helpen om te leren beter te differentiëren in je rol als lesgever. Of om gemakkelijker samen te werken met je collega’s.

Unieke bril

Met je eigen bril kijk je naar het gedrag van anderen en vind je daar iets van. Wat aansluit bij jouw voorkeuren beoordeel je positief, wat afwijkt (vaak) negatief. Meestal ben je heel alert op dingen die niet passen bij je voorkeuren. Hou jij van orde en structuur, dan vind je iemand anders al heel snel chaotisch. Vanuit je eigen bril zoek je onbewust een verklaring voor het gedrag van iemand en daar reageer je dan weer vanuit je eigen voorkeuren op. Je zoekt bevestiging voor jouw manier van kijken.

Het is niet altijd gemakkelijk om duidelijk te maken wat de impact van je eigen bril kan zijn. En te begrijpen hoe het werkt. Vandaag las ik in ‘mijn’ (Volks)krant hoe minister Kamp kijkt naar de gebeurtenissen en zijn rol in de toeslagenaffaire. Hij werd geïnterviewd door de Parlementaire enquêtecommissie. Terwijl ik het las dacht ik: dit kan ik gebruiken om uit te leggen hoe je eigen bril werkt!

Voorkeur

Als ik het artikel in de krant lees, lijkt het alsof Kamp iemand is die bij voorkeur kijkt naar feiten en logica. Zich verplaatsen in de situatie van anderen lijkt hij lastiger te vinden. Ik baseer dit o.a. op een aantal uitspraken die hij doet. Hij zegt dat het logisch is dat er van hoge boetes een preventieve werking uitgaat. Net als met verkeersovertredingen. ‘Een boete op een overtreding is altijd beter dan geen boete. Dat zijn toch dingen die voor iedereen logisch zijn’.

Kamp hamert erop dat de wet was bedoeld voor de bestrijding van verwijtbare fraude. Maar dat betekent voor hem niet dat mensen die de regels te complex vonden, en daarom een terugvordering plus een boete kregen, op medelijden kunnen rekenen. ‘Wie een uitkering aanvraagt, heeft een ‘verplichting’ om zich te informeren’. Dat mensen dingen soms (door laaggeletterdheid bijvoorbeeld) niet begrijpen, ziet Kamp niet als probleem. ‘Als je iets vraagt aan de overheid, weet je al dat je bij die overheid terecht kunt om te vragen hoe het in elkaar zit’. Dus gewoon de feiten verzamelen en dan komt het goed. (Wat in de praktijk jammer genoeg niet het geval bleek te zijn).

Overtuiging

Kamp volhardt in zijn eigen overtuiging. Zijn eigen ambtenaren verklaarden dat uit de fraudecijfers bleek dat slechts een klein deel van de uitkeringsgerechtigden moedwillig de regels overtrad. Kamp geloofde dit niet. Volgens hem was het beeld van zijn ambtenaren ‘in strijd met wat er in het land leefde’. ‘Mensen dachten dat er veel meer gefraudeerd werd. En ook ‘sociaal rechercheurs zeiden dat’. ‘Je kunt als bewindspersoon niet alleen afgaan op wat je krijgt aangereikt van je medewerkers’. Op de vraag ‘wat vindt u ervan dat een grote groep burgers nog steeds kampt met de gevolgen van de fraudewet?’ antwoordt Kamp: ‘Ik denk dat de fraudewet zoals die er lag een goede wet was’.

Ingewikkeld

Terwijl ik dit allemaal opschrijf, realiseer ik me hoe enorm ingewikkeld het is. De Parlementaire enquetecommissie komt straks met een rapport. En iedereen zal daar weer met een verschillende bril naar kijken. Ik voel veel mededogen met de mensen die gedupeerd zijn. Hoe konden we weten dat ze moedwillig fraudeerden? Wat als ze gewoon fouten hebben gemaakt? Of besodemieterd zijn door bemiddelaars aan wie ze het aanvragen van de toeslagen hadden uitbesteed? Dat had je toch uit moeten zoeken? (Om nog maar te zwijgen van de discriminatie die ze hebben gepleegd bij het beboeten).

Bewustzijn

Wat wil ik met dit blog? Ik denk dat ik vooral wil benadrukken dat het belangrijk is dat je je realiseert dat er verschillende brillen zijn. Het is een gegeven dat er meerdere manieren zijn om naar eenzelfde situatie te kijken. Dé waarheid bestaat niet.

De bril van een ander komt je niet altijd goed uit. Je kunt dan volharden in jouw eigen waarheid. En de verantwoordelijkheid of ‘schuld’ bij de ander leggen. In vriendschap kan dit betekenen dat je het contact op een lager pitje zet: het ‘klikt’ niet meer. Als je vanuit een hiërarchische (machts)positie handelt, kun je je schouders ophalen en gewoon doorzetten wat je zelf vindt.

Je werk goed doen

In je rol als minister (of zwemlesgever) vind ik dat het belangrijk of eigenlijk een voorwaarde is, dat je ook anders kunt kijken. Je hebt een verantwoordelijkheid, je bent er niet alleen voor jezelf, maar juist (ook) voor de ander. Het is een illusie dat je het met elkaar eens wordt over alles. Maar vanuit je rol en de doelen en verantwoordelijkheden die daarbij horen, hoor je te weten dat er verschillen zijn. Door te luisteren naar anderen en je blik te verbreden, kun je jouw eigen rol beter invullen. In je rol als lesgever kun je het ontstaan van angst bij kinderen, demotivatie en/of gedoe met ouders voorkomen. En, zoals ik vanuit míj́n bril heel duidelijk vindt in het geval van minister Kamp, betere beslissingen nemen. Hiermee had je in het geval van de toeslagenaffaire onrecht, persoonlijke ellende en een financieel fiasco voor de staat kunnen voorkomen.

 

 

Wil je geen blog missen? Laat hieronder je mailadres achter. Dan ontvang je bij ieder nieuw blog een melding.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER